Hoofdstuk 6 van 17

Apparaten, entiteiten, integraties en ruimtes

Home Assistant is geïnstalleerd en we hebben de belangrijkste onderdelen van de interface bekeken. Nu gaan we onderzoeken hoe Home Assistant jouw slimme…

Home Assistant is geïnstalleerd en we hebben de belangrijkste onderdelen van de interface bekeken.

Nu gaan we onderzoeken hoe Home Assistant jouw slimme huis ordent.

Daarbij komen vier woorden steeds terug:

  • integratie;
  • apparaat;
  • entiteit;
  • ruimte.

Deze begrippen lijken in het begin misschien onnodig technisch. Je wilt immers gewoon een slimme stekker of lamp toevoegen en bedienen.

Toch is dit onderscheid belangrijk.

Wanneer een apparaat later niet reageert, moeten we kunnen bepalen of het probleem ontstaat bij de verbinding, het apparaat als geheel of slechts één afzonderlijke functie.

Ook bij dashboards en automatiseringen werken we uiteindelijk vaak met entiteiten, niet met het fysieke apparaat dat je in je hand kunt houden.

In dit hoofdstuk volgen we daarom één slimme stekker vanaf de koppeling met Home Assistant tot de afzonderlijke bediening en meetwaarden.

De belangrijkste structuur is:

Integratie → apparaat → entiteiten

Daarna plaatsen we het apparaat in een ruimte:

Ruimte → apparaat → entiteiten op die locatie

Wanneer je deze twee structuren begrijpt, wordt de rest van Home Assistant veel overzichtelijker.

Eén slimme stekker, meerdere onderdelen

Stel dat we een slimme stekker aan Home Assistant toevoegen.

Op de werkbank zien we één fysiek product:

  • één behuizing;
  • één stekker;
  • één stopcontact;
  • misschien één knop;
  • misschien één statuslampje.

Binnen Home Assistant kan diezelfde stekker echter uit verschillende onderdelen bestaan.

Bijvoorbeeld:

Integratie

Shelly

Apparaat

Stekker werkbank

Entiteiten

switch.stekker_werkbank

sensor.stekker_werkbank_vermogen

sensor.stekker_werkbank_energie

sensor.stekker_werkbank_spanning

sensor.stekker_werkbank_signaalsterkte

update.stekker_werkbank_firmware

De integratie verzorgt de communicatie.

Het apparaat vertegenwoordigt de fysieke stekker.

De entiteiten vertegenwoordigen de afzonderlijke functies, meetwaarden en statussen.

Dat onderscheid helpt ons later bij een probleem.

Wanneer de schakelaar nog werkt maar de vermogenssensor geen waarde meer toont, is het apparaat niet volledig onbereikbaar. Slechts een bepaalde entiteit of meetfunctie heeft dan mogelijk een probleem.

Wanneer alle entiteiten tegelijk Niet beschikbaar tonen, ligt het meer voor de hand dat de verbinding met het complete apparaat is verbroken.

Wat een integratie is

Een integratie is software waarmee Home Assistant verbinding maakt met een apparaat, protocol, platform of informatiedienst.

Je kunt een integratie vergelijken met een vertaler.

De slimme stekker gebruikt misschien een communicatieprotocol dat specifiek is voor de fabrikant. Home Assistant begrijpt dat protocol niet vanzelf.

De integratie vertaalt:

  • informatie van het apparaat naar Home Assistant;
  • opdrachten van Home Assistant naar het apparaat.

Daardoor hoeft de rest van Home Assistant niet precies te weten hoe ieder merk intern werkt.

Een lamp van merk A en een lamp van merk B kunnen een verschillend protocol gebruiken. Hun integraties vertalen beide apparaten naar lampentiteiten die Home Assistant op een vergelijkbare manier kan bedienen.

De route ziet er bijvoorbeeld zo uit:

Slimme stekker → fabrikantprotocol → integratie → Home Assistant

En bij een bedieningsopdracht:

Home Assistant → integratie → fabrikantprotocol → slimme stekker

Een integratie is niet altijd een merk

Sommige integraties zijn vernoemd naar een fabrikant of productfamilie.

Bijvoorbeeld:

  • Philips Hue;
  • Shelly;
  • IKEA;
  • Sonos;
  • Google Cast.

Andere integraties zijn gekoppeld aan een protocol of standaard:

  • MQTT;
  • Matter;
  • Bluetooth;
  • Zigbee Home Automation;
  • Z-Wave;
  • HomeKit Device.

Er zijn ook integraties die helemaal geen fysiek apparaat toevoegen.

Denk aan integraties voor:

  • zonstanden;
  • weersinformatie;
  • werkdagen;
  • agenda’s;
  • afvalinzameling;
  • energieprijzen;
  • openbaar vervoer.

Een integratie is dus niet noodzakelijk een slimme-hardwarefabrikant.

Het is de softwarematige koppeling waardoor Home Assistant informatie of bediening beschikbaar krijgt.

Eén integratie kan meerdere apparaten bevatten

Een integratie hoeft niet beperkt te zijn tot één apparaat.

Stel dat je een Philips Hue Bridge aan Home Assistant koppelt. De Hue-integratie communiceert dan met de bridge.

Via die ene integratie kunnen verschillende apparaten beschikbaar komen:

  • lamp woonkamer;
  • lamp keuken;
  • bewegingssensor gang;
  • dimmer slaapkamer;
  • slimme stekker werkkamer.

De structuur wordt dan:

Philips Hue-integratie

├── Hue Bridge

├── Lamp woonkamer

├── Lamp keuken

├── Bewegingssensor gang

├── Dimmer slaapkamer

└── Stekker werkkamer

De integratie vormt dus de verbinding met het systeem. Dat systeem kan vervolgens meerdere apparaten leveren.

Wanneer de volledige Hue-integratie niet meer werkt, kunnen alle aangesloten Hue-apparaten tegelijk onbereikbaar worden.

Wanneer slechts één lamp niet reageert, hoeft de integratie zelf niet defect te zijn. Het probleem kan dan bij die lamp, de voeding of de draadloze verbinding ontstaan.

Eén apparaat kan via meerdere routes zichtbaar worden

Soms verschijnt hetzelfde fysieke product via verschillende integraties of ontdekkingsmethoden.

Een netwerkapparaat kan bijvoorbeeld beschikbaar zijn via:

  • de integratie van de fabrikant;
  • Matter;
  • HomeKit Device;
  • MQTT;
  • een algemene netwerkdetectie.

Dat betekent niet dat je iedere voorgestelde koppeling moet toevoegen.

Wanneer hetzelfde apparaat via twee integraties wordt toegevoegd, kun je dubbele apparaten of entiteiten krijgen.

Je ziet dan bijvoorbeeld twee schakelaars die ogenschijnlijk hetzelfde bedienen:

switch.werkbankstekker

switch.werkbankstekker_2

Dat wordt later verwarrend in dashboards en automatiseringen.

Bepaal daarom vooraf welke verbinding je wilt gebruiken.

Let daarbij op:

  • lokale of cloudgebaseerde werking;
  • ondersteunde functies;
  • stabiliteit;
  • benodigde accounts;
  • afhankelijkheid van een bridge;
  • kwaliteit van de documentatie;
  • actuele ondersteuning.

Automatisch ontdekt betekent niet automatisch dat dit de beste koppelroute is.

Waar vind je integraties?

Ga naar:

Instellingen → Apparaten en diensten → Integraties

Hier zie je kaarten voor de integraties die al zijn ingesteld.

Een integratiekaart kan informatie tonen over:

  • de naam van de integratie;
  • het aantal configuraties;
  • gekoppelde apparaten;
  • gekoppelde entiteiten;
  • een fout of waarschuwing;
  • een mogelijkheid om opnieuw te configureren;
  • ontdekte apparaten.

Een integratie kan meer dan één configuratie bevatten.

Je kunt bijvoorbeeld twee bridges van hetzelfde merk hebben. Ze gebruiken dezelfde soort integratie, maar ieder heeft een eigen configuratie-item.

Wanneer je een integratie opent, kijk dan eerst naar:

  • welke apparaten eraan gekoppeld zijn;
  • welke entiteiten aanwezig zijn;
  • of de verbinding lokaal of via internet werkt;
  • of er configuratieproblemen worden gemeld;
  • wanneer de integratie voor het laatst opnieuw is geladen.

Verwijder een integratie niet als eerste foutzoekstap.

Bij het verwijderen kunnen apparaten, entiteiten en instellingen uit Home Assistant verdwijnen. Automatiseringen die deze entiteiten gebruiken kunnen daarna niet meer werken.

Officiële en aangepaste integraties

Niet iedere integratie komt uit dezelfde bron.

Home Assistant kan onderscheid tonen tussen:

  • ingebouwde officiële integraties;
  • integraties die via configuratiebestanden zijn ingesteld;
  • aangepaste integraties van andere ontwikkelaars.

Een aangepaste integratie wordt vaak een custom integration genoemd.

Zo’n integratie kan bijzonder nuttig zijn wanneer officiële ondersteuning ontbreekt. De kwaliteit, veiligheid en ondersteuning kunnen echter verschillen.

Controleer bij een aangepaste integratie:

  • wie de ontwikkelaar is;
  • wanneer de laatste update is uitgebracht;
  • of jouw Home Assistant-versie wordt ondersteund;
  • welke bekende problemen bestaan;
  • hoeveel gebruikers de integratie hebben getest;
  • hoe je een back-up en herstel uitvoert;
  • wat er gebeurt wanneer de ontwikkeling stopt.

Gebruik niet zomaar een onbekende integratie omdat die een functie belooft die je graag wilt hebben.

Een integratie krijgt toegang tot informatie en mogelijkheden binnen je Home Assistant-omgeving. Dat vraagt dezelfde voorzichtigheid als het installeren van andere software.

Wat een apparaat is

Een apparaat is binnen Home Assistant een logische verzameling van functies die bij één fysiek of virtueel product horen.

Een fysieke slimme stekker wordt meestal als één apparaat weergegeven.

Een bewegingssensor kan als apparaat verschillende sensoren bevatten:

  • beweging;
  • lichtsterkte;
  • temperatuur;
  • batterijpercentage;
  • signaalsterkte.

Het apparaat vormt de verzamelkaart waarop je kunt zien welke functies bij hetzelfde product horen.

Op de apparaatpagina vind je afhankelijk van de integratie onder andere:

  • de naam;
  • fabrikant;
  • model;
  • firmwareversie;
  • serienummer;
  • verbonden integratie;
  • toegewezen ruimte;
  • bediening;
  • sensoren;
  • diagnostische informatie;
  • automatiseringen waarin het apparaat wordt gebruikt;
  • gebeurtenissen uit het logboek.

Niet iedere integratie levert al deze informatie.

Een eenvoudige netwerksensor kan alleen een naam en één meetwaarde hebben. Een uitgebreid apparaat kan tientallen entiteiten, configuratiemogelijkheden en diagnostische sensoren aanbieden.

Een apparaat is niet altijd fysiek

De meeste apparaten vertegenwoordigen iets dat je kunt aanraken, maar dat hoeft niet.

Een apparaat kan ook een logische of virtuele verzameling zijn.

Bijvoorbeeld:

  • een clouddienst;
  • een weerservice;
  • een auto-account;
  • een printerserver;
  • een mobiele app;
  • een bridge;
  • een virtueel energiesysteem.

Je telefoon kan in Home Assistant als apparaat verschijnen via de mobiele app. De telefoon levert vervolgens entiteiten zoals:

  • batterijpercentage;
  • laadstatus;
  • WiFi-netwerk;
  • locatie;
  • activiteitsstatus.

Het apparaat is in dit geval fysiek, maar de verbinding met Home Assistant ontstaat via de mobiele app.

Het is dus beter om een apparaat te zien als:

Een logische verzameling functies die bij dezelfde bron horen.

Niet iedere entiteit hoort bij een apparaat

Veel entiteiten zijn onderdeel van een apparaat, maar dat is niet verplicht.

Sommige entiteiten vertegenwoordigen informatie of functies zonder bijbehorend fysiek apparaat.

Voorbeelden zijn:

  • de toestand van de zon;
  • een zelfgemaakte helper;
  • een berekende sensor;
  • een timer;
  • een automatisering;
  • een script;
  • een kalender;
  • een persoon;
  • een zone.

De entiteit:

sun.sun

hoort bijvoorbeeld niet bij een zonapparaat dat ergens in je woning staat.

Home Assistant gebruikt dezelfde entiteitenstructuur voor zowel fysieke apparaten als logische informatiebronnen.

Waar vind je apparaten?

Ga naar:

Instellingen → Apparaten en diensten → Apparaten

Hier staat een tabel met de apparaten die Home Assistant kent.

Je kunt deze lijst filteren en sorteren.

Handige filters zijn:

  • integratie;
  • fabrikant;
  • model;
  • ruimte;
  • status;
  • configuratie-item.

Wanneer de lijst later groot wordt, helpt een goede naamgeving enorm.

Open een apparaat om de apparaatpagina te bekijken.

Vraag jezelf bij ieder apparaat af:

  • Herken ik dit fysieke of virtuele product?
  • Via welke integratie is het toegevoegd?
  • In welke ruimte bevindt het zich?
  • Welke entiteiten horen erbij?
  • Welke informatie is bediening?
  • Welke informatie is een meting?
  • Welke informatie is alleen diagnostisch?
  • Is het apparaat op dit moment beschikbaar?

Wat een entiteit is

Een entiteit is de kleinste afzonderlijk bruikbare bouwsteen binnen Home Assistant.

Een entiteit vertegenwoordigt meestal één:

  • status;
  • meetwaarde;
  • bedienbare functie;
  • instelling;
  • actiepunt.

Voorbeelden zijn:

  • een lamp;
  • een schakelaar;
  • een temperatuurmeting;
  • een batterijpercentage;
  • een deurcontact;
  • een mediavolume;
  • een firmware-update;
  • een knop;
  • een selectielijst;
  • een automatisering.

Dashboards tonen meestal entiteiten.

Automatiseringen reageren vaak op entiteiten en voeren acties uit op entiteiten.

Geschiedenis bewaart veranderingen van entiteiten.

Het logboek beschrijft gebeurtenissen rond entiteiten.

Daarom vormen entiteiten de dagelijkse werkstukken van Home Assistant.

Eén apparaat kan veel entiteiten hebben

Onze slimme stekker kan bijvoorbeeld de volgende entiteiten aanbieden:

EntiteitFunctie
SchakelaarStekker in- of uitschakelen
VermogenActueel opgenomen vermogen tonen
EnergieOpgeteld energieverbruik tonen
SpanningGemeten netspanning tonen
StroomGemeten stroom tonen
TemperatuurInterne apparaattemperatuur tonen
SignaalsterkteKwaliteit van de draadloze verbinding tonen
FirmwareBeschikbaarheid van een update tonen

Niet iedere slimme stekker levert al deze informatie.

Ook kan dezelfde fysieke meetfunctie bij verschillende fabrikanten anders worden aangeboden.

De integratie bepaalt hoe de functies in Home Assistant worden vertaald.

Entiteitsdomeinen

Iedere entiteits-ID begint met een domein.

Het domein staat vóór de punt.

Bijvoorbeeld:

switch.stekker_werkbank

Hier is:

switch

het domein en:

stekker_werkbank

het eigenlijke ID-gedeelte.

Het domein beschrijft welk soort functie de entiteit heeft.

Veelvoorkomende domeinen zijn:

light

switch

sensor

binary_sensor

climate

cover

media_player

camera

person

device_tracker

automation

script

scene

button

select

number

update

Voorbeelden:

light.staande_lamp

sensor.werkplaats_temperatuur

binary_sensor.achterdeur

climate.woonkamer

media_player.televisie

automation.lamp_bij_beweging

Het domein beïnvloedt hoe Home Assistant de entiteit behandelt.

Een light kan bijvoorbeeld functies voor helderheid of kleur hebben. Een sensor geeft doorgaans informatie weer en wordt niet in- of uitgeschakeld. Een binary_sensor kent meestal twee tegenovergestelde toestanden.

De zichtbare naam en de entiteits-ID

Een entiteit heeft meestal zowel een zichtbare naam als een entiteits-ID.

Bijvoorbeeld:

Zichtbare naam

Vermogen werkbank

Entiteits-ID

sensor.stekker_werkbank_vermogen

De zichtbare naam wordt gebruikt in dashboards en keuzelijsten.

De entiteits-ID is de technische, unieke verwijzing binnen Home Assistant.

Automatiseringen en configuraties gebruiken vaak de entiteits-ID om precies vast te leggen welk onderdeel wordt bedoeld.

Twee entiteiten kunnen niet dezelfde entiteits-ID hebben.

Wanneer Home Assistant een dubbele naam tegenkomt, kan het een nummer toevoegen:

sensor.temperatuur

sensor.temperatuur_2

Zo’n nummer voorkomt een technisch conflict, maar vertelt niet duidelijk welke sensor welke is.

Daarom is het beter om apparaten en entiteiten vanaf het begin herkenbaar te benoemen.

Alleen de naam wijzigen of ook de entiteits-ID?

Home Assistant kan je toestaan zowel de zichtbare naam als de entiteits-ID aan te passen.

Dat zijn twee verschillende wijzigingen.

Wanneer je alleen de zichtbare naam verandert, kan de technische ID hetzelfde blijven.

Bijvoorbeeld:

Oorspronkelijk

Naam: Plug 1

Entiteits-ID: switch.plug_1

Na het wijzigen van alleen de naam

Naam: Stekker werkbank

Entiteits-ID: switch.plug_1

Voor een mens ziet de naam er nu logisch uit, maar in technische overzichten blijft switch.plug_1 staan.

Je kunt daarom besluiten ook de entiteits-ID te wijzigen:

switch.stekker_werkbank

Doe dit bij voorkeur direct nadat een nieuw apparaat is toegevoegd en voordat je de entiteit in veel automatiseringen en dashboards gebruikt.

Home Assistant kan verwijzingen bij een wijziging soms automatisch bijwerken, maar ga daar niet blindelings van uit.

Controleer na het wijzigen van een entiteits-ID:

  • dashboards;
  • automatiseringen;
  • scripts;
  • scènes;
  • templates;
  • externe systemen;
  • MQTT-configuraties;
  • spraakbediening.

Een herkenbare ID is prettig, maar stabiliteit is nog belangrijker. Wijzig bestaande ID’s niet voortdurend alleen omdat je een mooiere naam bedenkt.

Een praktisch naamgevingssysteem

Een goede naam vertelt:

  • wat het onderdeel is;
  • waar het zich bevindt;
  • eventueel welke functie het heeft.

Bijvoorbeeld:

Stekker werkbank

Temperatuur Werkplaats

Deurcontact achterdeur

Lamp bureau

Bewegingssensor gang

Vermijd namen zoals:

Sensor 1

Smart Plug

Device 03

Lamp nieuw

Test

Temperatuur

Deze namen lijken bij één apparaat misschien duidelijk. Zodra je meerdere sensoren en stekkers hebt, weet je niet meer welk onderdeel wordt bedoeld.

Gebruik een systeem dat voor jou natuurlijk blijft.

Je kunt bijvoorbeeld kiezen voor:

Functie + locatie

zoals:

Temperatuur Werkplaats

Lamp bureau

Stekker wasmachine

Of:

Locatie + functie

zoals:

Werkplaats temperatuur

Bureau lamp

Wasmachine stekker

Beide kunnen werken.

Het belangrijkste is dat je niet willekeurig tussen systemen wisselt.

Gebruik de ruimte niet altijd dubbel in de naam

Wanneer een apparaat aan een ruimte is gekoppeld, hoef je de ruimtenaam niet in iedere zichtbare naam te herhalen.

Binnen de ruimte Werkplaats kan een apparaat bijvoorbeeld simpelweg heten:

Werkbankstekker

In een lange algemene entiteitenlijst kan de naam:

Stekker Werkplaats werkbank

echter duidelijker zijn.

Er bestaat geen universeel perfect naamgevingssysteem.

Kijk naar de plaatsen waar je de naam later ziet:

  • dashboard;
  • automatiseringseditor;
  • entiteitenlijst;
  • spraakbediening;
  • meldingen;
  • externe koppelingen.

Kies een naam die daar begrijpelijk blijft.

Toestand: wat Home Assistant op dit moment weet

Iedere entiteit heeft precies één huidige toestand.

Voor een schakelaar kan dat zijn:

on

of:

off

Voor een temperatuursensor kan de toestand zijn:

21.7

Voor een persoon:

home

of:

not_home

Voor een deurcontact kan Home Assistant de technische toestand vertalen naar een begrijpelijke tekst zoals:

Open

of:

Gesloten

De toestand is wat Home Assistant op dat moment over de entiteit denkt te weten.

Dat hoeft niet altijd gelijk te zijn aan de fysieke werkelijkheid.

Als een slimme stekker de verbinding verliest, kan Home Assistant tijdelijk een oude toestand tonen of de entiteit als niet beschikbaar markeren.

Vraag bij belangrijke informatie daarom:

  • Hoe recent is deze toestand?
  • Wanneer werd hij voor het laatst bijgewerkt?
  • Is het apparaat bereikbaar?
  • Kan ik de fysieke toestand controleren?
  • Wat gebeurt er bij verbindingsverlies?

Attributen: aanvullende informatie

Een entiteit heeft één hoofdtoestand, maar kan daarnaast attributen bevatten.

Een lamp kan bijvoorbeeld de toestand hebben:

on

met attributen zoals:

brightness: 128

color_temp_kelvin: 3000

friendly_name: Staande lamp

supported_color_modes:

- color_temp

De hoofdtoestand vertelt dat de lamp aanstaat.

De attributen vertellen onder andere:

  • de helderheid;
  • de kleurtemperatuur;
  • de zichtbare naam;
  • welke functies worden ondersteund.

Een klimaatsysteem kan als hoofdtoestand de ingestelde bedrijfsmodus hebben en daarnaast attributen bevatten voor:

  • huidige temperatuur;
  • gewenste temperatuur;
  • luchtvochtigheid;
  • ventilatorstand;
  • ondersteunde modi.

Wanneer je alleen naar de hoofdtoestand kijkt, mis je dus mogelijk belangrijke informatie.

Je kunt de volledige toestand en attributen bekijken via:

Instellingen → Hulpmiddelen → Toestanden

unknown en unavailable

Twee toestanden verdienen extra aandacht:

unknown

en:

unavailable

In de Nederlandstalige interface worden deze doorgaans weergegeven als:

Onbekend

en:

Niet beschikbaar

Ze betekenen niet hetzelfde.

Onbekend

unknown betekent meestal dat de entiteit bestaat, maar Home Assistant op dat moment geen bruikbare toestand kent.

Dat kan bijvoorbeeld gebeuren:

  • kort na het opstarten;
  • voordat de eerste meting is ontvangen;
  • wanneer broninformatie ontbreekt;
  • wanneer een berekening geen resultaat oplevert;
  • bij een foutieve configuratie.

Niet beschikbaar

unavailable betekent meestal dat de entiteit tijdelijk geen geldige informatie kan leveren of niet bereikbaar is.

Mogelijke oorzaken zijn:

  • apparaat zonder voeding;
  • verbroken netwerkverbinding;
  • uitgeschakelde bridge;
  • clouddienst niet bereikbaar;
  • integratie met een fout;
  • lege batterij;
  • communicatieprobleem.

Zie deze toestanden niet als volledige foutdiagnose.

Ze zijn een waarneming:

Home Assistant kent op dit moment geen geldige actuele toestand.

Daarna moeten we onderzoeken waarom.

Een meetwaarde is niet automatisch betrouwbaar

Wanneer een sensor de toestand:

21.7

toont, weten we nog niet automatisch:

  • of dit graden Celsius zijn;
  • hoe recent de meting is;
  • hoe nauwkeurig de sensor is;
  • waar de sensor hangt;
  • of de waarde fysiek aannemelijk is;
  • of het apparaat nog verbonden is;
  • of de waarde is afgerond;
  • of er een correctie is toegepast.

Bekijk daarom ook:

  • de meeteenheid;
  • het tijdstip van de laatste wijziging;
  • de attributen;
  • de geschiedenis;
  • een vergelijkingsmeting;
  • eventuele diagnostische informatie.

Home Assistant kan informatie correct ontvangen terwijl de bron zelf een onjuiste waarde levert.

Een werkende integratie bewijst niet dat de sensor correct meet.

Bedienbare en informatieve entiteiten

Entiteiten kunnen grofweg in twee groepen worden verdeeld.

Bedienbare entiteiten

Deze kunnen een opdracht ontvangen.

Voorbeelden:

  • lamp;
  • schakelaar;
  • thermostaat;
  • rolluik;
  • mediaspeler;
  • selectielijst;
  • instelbaar getal;
  • knop.

Informatieve entiteiten

Deze leveren vooral een toestand of meting.

Voorbeelden:

  • temperatuur;
  • luchtvochtigheid;
  • batterijpercentage;
  • bewegingsdetectie;
  • deurstatus;
  • vermogen;
  • energieverbruik;
  • signaalsterkte.

Sommige entiteiten combineren beide rollen.

Een thermostaat toont informatie en kan tegelijkertijd worden bediend.

Controleer daarom wat een entiteit ondersteunt voordat je een automatisering of dashboard maakt.

Hoofdentiteiten en diagnostische entiteiten

Niet iedere entiteit hoeft dagelijks zichtbaar te zijn.

Voor onze slimme stekker zijn de belangrijkste entiteiten misschien:

  • schakelaar;
  • vermogen;
  • energieverbruik.

Andere entiteiten zijn vooral nuttig voor beheer en foutzoeken:

  • signaalsterkte;
  • interne temperatuur;
  • firmwareversie;
  • herstartknop;
  • verbindingsstatus.

We kunnen onderscheid maken tussen:

Hoofdentiteiten

Functies en metingen die je dagelijks gebruikt.

Configuratie-entiteiten

Instellingen waarmee je het gedrag van het apparaat aanpast.

Diagnostische entiteiten

Informatie die helpt bij onderhoud en foutzoeken.

Een dashboard wordt onoverzichtelijk wanneer iedere diagnostische waarde wordt getoond.

Verberg diagnostische informatie niet direct uit Home Assistant. Laat het alleen weg uit het dagelijkse dashboard.

Tijdens een storing kan een signaalsterkte- of firmware-entiteit juist bijzonder waardevol zijn.

Uitgeschakelde entiteiten

Sommige integraties bieden veel mogelijke entiteiten aan. Om de installatie overzichtelijk te houden, worden bepaalde entiteiten standaard uitgeschakeld.

Een uitgeschakelde entiteit:

  • bestaat als mogelijkheid;
  • wordt niet normaal geladen;
  • heeft meestal geen actuele toestand;
  • verschijnt niet automatisch op dashboards;
  • bouwt geen gewone geschiedenis op.

Je kunt zo’n entiteit inschakelen wanneer je de informatie werkelijk nodig hebt.

Schakel niet uit nieuwsgierigheid alle beschikbare entiteiten in.

Iedere extra sensor kan:

  • gegevens opslaan;
  • geschiedenis genereren;
  • de interface vullen;
  • vaker communicatie vereisen;
  • extra verwerking vragen.

Vraag eerst:

Welke beslissing, bediening of diagnose wordt met deze entiteit mogelijk?

Heb je daar geen antwoord op, laat de entiteit dan voorlopig uitgeschakeld.

Verborgen is niet hetzelfde als uitgeschakeld

Een verborgen entiteit bestaat en kan nog steeds werken, maar wordt niet op bepaalde automatisch samengestelde plaatsen getoond.

Een uitgeschakelde entiteit wordt doorgaans niet actief geladen.

Dat verschil is belangrijk.

Verborgen

  • bestaat en werkt;
  • kan door automatiseringen worden gebruikt;
  • kan geschiedenis opbouwen;
  • wordt alleen uit sommige automatische weergaven gehouden.

Uitgeschakeld

  • wordt niet normaal actief gemaakt;
  • heeft geen gewone actuele werking;
  • kan niet worden gebruikt totdat hij opnieuw is ingeschakeld.

Verberg een entiteit wanneer hij technisch nodig is maar niet op standaarddashboards hoeft te verschijnen.

Schakel hem uit wanneer je de functie helemaal niet gebruikt en begrijpt wat daarvan het gevolg is.

Wat een ruimte is

Een ruimte is een logische locatie binnen Home Assistant.

Meestal komt een ruimte overeen met een fysieke plek, bijvoorbeeld:

  • woonkamer;
  • keuken;
  • slaapkamer;
  • badkamer;
  • gang;
  • garage;
  • tuin;
  • Werkplaats.

Ruimtes helpen Home Assistant om apparaten en entiteiten op basis van locatie te ordenen.

Onze slimme stekker kan bijvoorbeeld worden toegewezen aan:

Werkplaats

Daardoor weet Home Assistant dat de stekker zich op die locatie bevindt.

Een ruimte is meer dan alleen een map in de interface.

Je kunt een ruimte later gebruiken als doel van een actie.

Bijvoorbeeld:

Schakel alle lampen in de Werkplaats uit.

Home Assistant kan dan de relevante lampentiteiten in die ruimte selecteren.

Een apparaat aan een ruimte toewijzen

Wanneer je een apparaat aan een ruimte toewijst, nemen de bijbehorende entiteiten die ruimte doorgaans over.

Bijvoorbeeld:

Apparaat: Stekker werkbank

Ruimte: Werkplaats

De entiteiten van het apparaat horen dan eveneens bij de Werkplaats:

switch.stekker_werkbank

sensor.stekker_werkbank_vermogen

sensor.stekker_werkbank_energie

Dat bespaart werk.

Je hoeft niet iedere entiteit afzonderlijk aan dezelfde ruimte toe te wijzen.

Controleer na het toevoegen van een apparaat wel of Home Assistant de juiste ruimte heeft gekozen. Automatische ontdekking weet meestal niet waar je een product fysiek hebt geplaatst.

Een entiteit kan een andere ruimte krijgen

Soms hoort een afzonderlijke entiteit logisch bij een andere ruimte dan het apparaat.

Stel dat een meerkanaalsmodule in de meterkast zit, maar verschillende uitgangen onderdelen in andere ruimtes bedienen.

Het fysieke apparaat bevindt zich in:

Meterkast

Een van de entiteiten bedient echter:

Buitenverlichting

Je kunt voor die entiteit de ruimte van het apparaat overschrijven.

Gebruik dit alleen wanneer het werkelijk helpt.

Wanneer apparaat en entiteiten zonder duidelijke reden aan verschillende ruimtes zijn gekoppeld, wordt de structuur moeilijker te begrijpen.

Vraag jezelf af:

  • Beschrijft de ruimte de fysieke locatie?
  • Of beschrijft zij de functie waarop de entiteit invloed heeft?
  • Welke keuze helpt later bij bediening en foutzoeken?

Kies één consistente benadering.

Ruimte is niet hetzelfde als zone

Een ruimte beschrijft een plek binnen je woning of directe installatie.

Een zone beschrijft een geografisch gebied op een kaart.

Voorbeelden van ruimtes:

  • woonkamer;
  • keuken;
  • Werkplaats.

Voorbeelden van zones:

  • Thuis;
  • Werk;
  • School;
  • Sportclub.

Een telefoon kan zich in de zone Thuis bevinden. Een slimme stekker bevindt zich in de ruimte Werkplaats.

Gebruik zones dus vooral voor locatie en aanwezigheid. Gebruik ruimtes voor het ordenen van apparaten en entiteiten in en rond het huis.

Verdiepingen

Wanneer je woning meerdere verdiepingen heeft, kun je ruimtes groeperen in verdiepingen.

Bijvoorbeeld:

Begane grond

├── Woonkamer

├── Keuken

├── Gang

└── Werkplaats

Eerste verdieping

├── Slaapkamer

├── Badkamer

└── Overloop

Apparaten en entiteiten worden niet rechtstreeks aan een verdieping gekoppeld. Ze horen bij een ruimte en die ruimte hoort bij een verdieping.

De structuur wordt:

Verdieping → ruimte → apparaat → entiteiten

Een verdieping kan later als doel worden gebruikt.

Bijvoorbeeld:

Schakel alle lampen op de begane grond uit.

Voor een kleine woning of eerste testinstallatie zijn verdiepingen niet noodzakelijk. Voeg ze alleen toe wanneer ze de indeling werkelijk duidelijker maken.

Labels

Een ruimte vertelt waar iets zich bevindt.

Een label kan vertellen wat iets is, waarvoor het wordt gebruikt of welke eigenschap het heeft.

Je kunt bijvoorbeeld labels maken als:

  • Belangrijk;
  • Energieverbruik;
  • Buiten;
  • Batterij;
  • Werkplaats;
  • Handmatig controleren;
  • Uitschakelbaar bij afwezigheid.

Labels kunnen aan verschillende soorten onderdelen worden toegevoegd, waaronder:

  • ruimtes;
  • apparaten;
  • entiteiten;
  • automatiseringen;
  • scripts;
  • scènes;
  • helpers.

Een onderdeel kan meerdere labels hebben.

Onze slimme stekker kan bijvoorbeeld in de ruimte Werkplaats staan en labels krijgen als:

Energieverbruik

Niet essentieel

De ruimte zegt waar hij staat.

De labels zeggen iets over zijn functie of belang.

Labels worden vooral nuttig wanneer je installatie groter wordt. Voor onze eerste apparaten zijn duidelijke namen en ruimtes voldoende.

Ruimtes zijn geen elektrische groepen

Een Home Assistant-ruimte is een logische indeling. Deze zegt niets over de werkelijke elektrische installatie.

Twee apparaten in de ruimte Keuken kunnen op verschillende elektrische groepen zijn aangesloten.

Andersom kan één elektrische groep apparaten in meerdere Home Assistant-ruimtes voeden.

Gebruik een ruimte dus niet als enige documentatie voor:

  • groepenkast;
  • zekeringen;
  • elektrische belasting;
  • bekabeling;
  • veiligheidsvoorzieningen.

Bewaar technische documentatie van de elektrische installatie afzonderlijk.

Ruimtes zorgvuldig benoemen

Kies namen die ook voor andere huisgenoten duidelijk zijn.

Gebruik bij voorkeur namen die in het dagelijks leven al worden gebruikt:

Woonkamer

Keuken

Werkplaats

Slaapkamer

Achtertuin

Vermijd onnodig technische namen zoals:

Zone beneden noord

Cluster 3

Ruimte 07

IoT-locatie B

Denk ook aan spraakbediening.

Wanneer je normaal zegt:

Doe het licht in de Werkplaats uit.

dan is Werkplaats waarschijnlijk een betere ruimtenaam dan Hobbykamer achterzijde.

Je kunt later aliassen gebruiken voor alternatieve namen, maar een duidelijke hoofdnaam blijft belangrijk.

Een praktisch voorbeeld: de slimme stekker volgen

We bekijken nu hoe onze voorbeeldstekker door de verschillende lagen van Home Assistant loopt.

Stap 1 — De integratie

Home Assistant maakt via een geschikte integratie verbinding met de stekker of de bijbehorende bridge.

De integratie verzorgt:

  • ontdekken;
  • aanmelden;
  • communicatie;
  • vertalen van statussen;
  • versturen van opdrachten.

Stap 2 — Het apparaat

De integratie maakt een apparaat aan:

Stekker werkbank

Op de apparaatpagina zien we bijvoorbeeld:

  • fabrikant;
  • model;
  • firmware;
  • netwerkadres;
  • gekoppelde integratie;
  • aanwezige entiteiten.

Stap 3 — De entiteiten

Het apparaat levert verschillende functies:

switch.stekker_werkbank

sensor.stekker_werkbank_vermogen

sensor.stekker_werkbank_energie

sensor.stekker_werkbank_signaalsterkte

Iedere entiteit heeft een eigen toestand en mogelijk aanvullende attributen.

Stap 4 — De ruimte

We plaatsen het apparaat in:

Werkplaats

De entiteiten nemen deze ruimte over.

Stap 5 — Het dashboard

Op het dashboard tonen we alleen de dagelijks nuttige entiteiten:

  • schakelaar;
  • actueel vermogen;
  • totaal energieverbruik.

De signaalsterkte blijft beschikbaar voor diagnose, maar hoeft niet op het hoofddashboard te staan.

Stap 6 — De automatisering

Later kan een automatisering reageren op:

sensor.stekker_werkbank_vermogen

en bijvoorbeeld een melding versturen wanneer het vermogen onverwacht hoog wordt.

De automatisering gebruikt dus niet de integratie als trigger. Zij gebruikt de toestand van een specifieke entiteit.

Een apparaatactie of een entiteitsactie gebruiken

In de automatiseringseditor kun je soms kiezen tussen:

  • een apparaattrigger of apparaatactie;
  • een entiteit en haar toestand;
  • een algemene actie met een doel.

Voor beginners lijkt een apparaatkeuze vaak het duidelijkst.

Bijvoorbeeld:

Apparaat Stekker werkbank → Inschakelen.

Dat kan goed werken, maar de koppeling is soms sterk verbonden met de specifieke integratie en het apparaat.

Een actie op een entiteit kan duidelijker en beter overdraagbaar zijn:

Schakel switch.stekker_werkbank in.

We hoeven nu nog geen definitieve voorkeur te kiezen. Het belangrijkste is dat je herkent welke laag wordt gebruikt.

Vraag bij een automatisering:

  • Reageer ik op het complete apparaat?
  • Reageer ik op de toestand van één entiteit?
  • Stuur ik een functie aan via een entiteit?
  • Richt ik de actie op een hele ruimte?

Dat maakt later foutzoeken veel eenvoudiger.

Waarom goede organisatie later tijd bespaart

Bij één stekker lijkt een uitgebreide structuur misschien overdreven.

Bij vijftig apparaten verandert dat.

Zonder duidelijke namen en ruimtes krijg je bijvoorbeeld:

switch.plug_1

switch.plug_2

switch.smart_socket

switch.smart_socket_2

sensor.power

sensor.power_2

sensor.power_3

Dan is niet meer duidelijk:

  • welke stekker bij welk apparaat hoort;
  • in welke ruimte hij staat;
  • welke vermogenssensor erbij hoort;
  • welke automatisering hem gebruikt;
  • welk onderdeel veilig kan worden verwijderd.

Een minuut extra aandacht tijdens het toevoegen kan later veel foutzoekwerk besparen.

Gebruik daarom bij ieder nieuw apparaat dezelfde korte controle:

  • Welke integratie voegt het toe?
  • Herken ik het apparaat?
  • Klopt de apparaatnaam?
  • Welke entiteiten zijn belangrijk?
  • Zijn de entiteitsnamen begrijpelijk?
  • Kloppen de eenheden en waarden?
  • In welke ruimte hoort het apparaat?
  • Welke diagnostische entiteiten wil ik bewaren?
  • Zijn er dubbele apparaten of entiteiten?
  • Werkt de fysieke bediening nog?

Veelvoorkomende misverstanden

“Een integratie is hetzelfde als een apparaat”

Een integratie is de softwarematige koppeling.

Via één integratie kunnen nul, één of meerdere apparaten en entiteiten beschikbaar komen.

“Eén apparaat heeft altijd één entiteit”

Een apparaat kan veel functies hebben en daardoor meerdere entiteiten aanbieden.

Een bewegingssensor kan bijvoorbeeld ook temperatuur, lichtsterkte, batterijstatus en signaalsterkte tonen.

“Iedere entiteit hoort bij een fysiek apparaat”

Sommige entiteiten vertegenwoordigen logische informatie, zoals de zon, een helper, timer, persoon of automatisering.

“De zichtbare naam is de entiteits-ID”

De zichtbare naam en technische entiteits-ID zijn afzonderlijke eigenschappen.

Een wijziging van de ene verandert niet altijd automatisch de andere.

“Wanneer ik een dashboardkaart verwijder, verwijder ik de entiteit”

Een dashboardkaart is alleen een weergave.

De entiteit blijft normaal gesproken bestaan.

“Een verborgen entiteit is uitgeschakeld”

Een verborgen entiteit kan nog steeds actief zijn en door automatiseringen worden gebruikt.

Een uitgeschakelde entiteit wordt niet normaal geladen.

“Niet beschikbaar betekent dat het apparaat defect is”

Niet beschikbaar vertelt dat Home Assistant geen bruikbare actuele informatie ontvangt.

De oorzaak kan bij voeding, netwerk, bridge, cloud, integratie of apparaat liggen.

“Een ruimte is alleen voor het dashboard”

Ruimtes helpen ook bij organisatie, bediening, automatiseringen en spraakopdrachten.

“Alle entiteiten moeten op het dashboard”

Een dagelijks dashboard toont alleen informatie en bediening die je regelmatig nodig hebt.

Diagnostische entiteiten kunnen beschikbaar blijven zonder voortdurend zichtbaar te zijn.

Een kleine oefening

We gaan de bestaande basisintegraties onderzoeken zonder een nieuw apparaat toe te voegen.

Stap 1 — Open de integraties

Ga naar:

Instellingen → Apparaten en diensten → Integraties

Kies één integratie die je herkent.

Noteer:

  • de naam;
  • of zij internet nodig lijkt te hebben;
  • hoeveel apparaten worden vermeld;
  • hoeveel entiteiten worden vermeld.

Stap 2 — Open een apparaat

Wanneer de gekozen integratie een apparaat bevat, open je de apparaatpagina.

Bekijk:

  • de apparaatnaam;
  • fabrikant en model;
  • gekoppelde integratie;
  • toegewezen ruimte;
  • aanwezige entiteiten.

Verander nog niets.

Stap 3 — Kies één entiteit

Open een entiteit van het apparaat.

Noteer:

  • zichtbare naam;
  • entiteits-ID;
  • domein;
  • huidige toestand;
  • meeteenheid;
  • laatste wijziging;
  • eventuele attributen.

Wanneer er nog geen geschikt fysiek apparaat aanwezig is, kun je de entiteit sun.sun gebruiken. Deze hoort alleen niet bij een fysiek apparaat.

Stap 4 — Zoek dezelfde entiteit in Hulpmiddelen

Ga naar:

Instellingen → Hulpmiddelen → Toestanden

Zoek de entiteits-ID.

Vergelijk wat je hier ziet met de entiteitspagina.

Welke informatie is de hoofdtoestand en welke informatie staat in de attributen?

Stap 5 — Controleer de ruimte

Bekijk of het apparaat aan een ruimte is gekoppeld.

Vraag jezelf af:

  • klopt de locatie?
  • is de ruimtenaam begrijpelijk?
  • zouden andere huisgenoten dezelfde naam gebruiken?

Pas de ruimte alleen aan wanneer je zeker weet welk apparaat het is.

Stap 6 — Bekijk de geschiedenis

Open de geschiedenis van de gekozen entiteit.

Controleer:

  • verandert de toestand;
  • hoe vaak gebeurt dat;
  • zijn er perioden met Onbekend of Niet beschikbaar;
  • komt de geschiedenis overeen met wat je fysiek hebt waargenomen?

Wat hebben we aangetoond?

Met deze oefening hebben we één informatiebron door verschillende lagen van Home Assistant gevolgd.

We hebben gezien:

  • via welke integratie de informatie binnenkomt;
  • of de informatie bij een apparaat hoort;
  • welke afzonderlijke entiteit de toestand bewaart;
  • welke hoofdtoestand en attributen aanwezig zijn;
  • in welke ruimte het apparaat is ingedeeld;
  • hoe de toestand in de geschiedenis verandert.

We hebben dus niet alleen naar een getal of schakelaar op een dashboard gekeken.

We weten nu waar die informatie vandaan komt en welke onderdelen onderweg betrokken zijn.

Wat je uit dit hoofdstuk kunt meenemen

Een integratie is de softwarematige koppeling waarmee Home Assistant communiceert met een apparaat, protocol, platform of informatiedienst.

Een integratie kan meerdere apparaten en entiteiten opleveren.

Een apparaat is een logische verzameling van functies die meestal bij één fysiek of virtueel product horen.

Een entiteit vertegenwoordigt één afzonderlijke status, meting, instelling of bedienbare functie.

De belangrijkste structuur is:

Integratie → apparaat → entiteiten

Iedere entiteit heeft precies één actuele toestand en kan daarnaast attributen bevatten.

De technische entiteits-ID bestaat uit een domein en een uniek ID-gedeelte:

sensor.werkplaats_temperatuur

Een ruimte beschrijft waar een apparaat of entiteit zich bevindt. Apparaten kunnen aan ruimtes worden toegewezen en de bijbehorende entiteiten nemen die ruimte doorgaans over.

Verdiepingen groeperen ruimtes. Labels kunnen onderdelen op basis van functie of eigenschap groeperen.

Goede namen en een logische indeling lijken bij één apparaat misschien niet noodzakelijk. Naarmate je slimme huis groeit, worden ze steeds belangrijker.

Controleer daarom bij ieder nieuw apparaat:

  • via welke integratie het binnenkomt;
  • welke entiteiten worden toegevoegd;
  • of namen en meetwaarden begrijpelijk zijn;
  • in welke ruimte het thuishoort;
  • welke functies dagelijks of alleen voor diagnose nodig zijn.

In het volgende hoofdstuk gaan we deze kennis praktisch gebruiken. We voegen ons eerste slimme apparaat toe en volgen het bewust van integratie tot apparaat, entiteiten en ruimte.