Hoofdstuk 2 van 23

Wat een goede behuizing eigenlijk is

In het vorige hoofdstuk hebben we de stap gemaakt van een los elektronica-project naar iets dat je echt kunt gebruiken. Een ESP32, sensor of display kan…

In het vorige hoofdstuk hebben we de stap gemaakt van een los elektronica-project naar iets dat je echt kunt gebruiken. Een ESP32, sensor of display kan prima werken terwijl alles nog los op tafel ligt, maar zodra je het project wilt ophangen, neerzetten of langdurig gebruiken, verandert de situatie.

Dan wordt de behuizing onderdeel van het ontwerp.

Dat klinkt misschien vanzelfsprekend. Toch wordt een behuizing vaak pas aan het einde bedacht. De elektronica werkt, dus er wordt snel een doosje omheen getekend. Er komen een paar gaten in voor een kabel en misschien een opening voor een display, en klaar.

Soms werkt dat.

Maar een goede behuizing doet meer dan onderdelen uit het zicht houden. Ze zorgt ervoor dat je elektronica op de juiste plaats blijft, dat aansluitingen bereikbaar zijn, dat sensoren kunnen meten wat ze moeten meten en dat je het geheel later nog kunt openen zonder iets kapot te maken.

In dit hoofdstuk kijken we daarom eerst naar de vraag wat een goede behuizing eigenlijk is. Nog zonder Tinkercad te openen.

Een behuizing is geen doos

Stel dat je in De Werkplaats een eenvoudige binnenthermometer hebt gebouwd met:

  • een ESP32;
  • een SHT41 voor temperatuur en luchtvochtigheid;
  • een klein display;
  • een USB-aansluiting voor voeding.

Elektrisch werkt alles goed.

Je zou nu een rechthoekig bakje kunnen tekenen waar alle onderdelen in passen. Dat lijkt op het eerste gezicht voldoende.

Maar denk eerst eens na over de volgende vragen.

Kan de lucht rond de SHT41 komen?

Kun je het display goed zien?

Kun je de USB-kabel aansluiten zonder de behuizing te openen?

Kan de ESP32 bewegen wanneer je de kabel insteekt?

Kun je de behuizing later nog openen?

En wat gebeurt er met de temperatuurmeting wanneer de sensor vlak naast de warme ESP32 zit?

Dat zijn allemaal vragen over de behuizing.

Een goede behuizing moet dus niet alleen ruimte bieden aan de elektronica. Ze moet ervoor zorgen dat het hele project goed kan functioneren.

Begin bij de functie

Voordat je nadenkt over de vorm van een behuizing, is het nuttiger om eerst naar de functie te kijken.

Wat moet het project doen?

Bij een binnenthermometer wil je bijvoorbeeld temperatuur en luchtvochtigheid meten en de waarden op een display laten zien.

Bij een bewegingssensor wil je beweging kunnen waarnemen.

Bij een buitensensor wil je misschien temperatuur meten terwijl regenwater juist buiten moet blijven.

De behuizing moet die functie ondersteunen.

Dat betekent bijvoorbeeld dat een sensor die lucht moet meten niet volledig opgesloten mag zitten. Een lichtsensor moet daadwerkelijk licht kunnen ontvangen. Een bewegingssensor mag niet achter een ondoorzichtige wand verdwijnen.

Dat lijkt logisch, maar juist dit soort fouten ontstaan gemakkelijk wanneer je vooral bezig bent met de vorm.

Je tekent een nette doos en ontdekt pas tijdens het testen dat de sensor niet meer goed werkt.

Daarom is een bruikbare volgorde:

functie → onderdelen → plaatsing → behuizing

en niet:

mooie doos → onderdelen erin proberen te krijgen

Bescherming is relatief

Een behuizing moet de elektronica meestal beschermen. Maar bescherming betekent niet automatisch dat alles zo dicht mogelijk moet worden afgesloten.

Binnen in De Werkplaats kan bescherming vooral betekenen dat je niet per ongeluk tegen printplaten of bedrading aankomt.

Een behuizing voorkomt dan bijvoorbeeld:

  • kortsluiting door metalen voorwerpen;
  • losgetrokken bedrading;
  • mechanische beschadiging;
  • stof dat rechtstreeks op de elektronica valt;
  • aanraking van kwetsbare onderdelen.

Buiten worden de eisen anders. Daar kunnen ook regen, zonlicht, temperatuurschommelingen en condens een rol spelen.

Een volledig gesloten kunststof doos lijkt dan misschien de veiligste oplossing, maar dat kan weer problemen veroorzaken wanneer je luchtvochtigheid wilt meten.

Een behuizing is daarom altijd een compromis tussen beschermen en toegankelijk maken.

Je wilt sommige dingen buiten houden, terwijl andere dingen juist naar binnen moeten kunnen.

Lucht bijvoorbeeld.

Of licht.

Of geluid.

Of radiosignalen.

Onderdelen moeten op hun plaats blijven

Wanneer een elektronica-project nog op een breadboard staat, accepteer je meestal dat onderdelen wat kunnen bewegen.

In een definitieve behuizing wil je dat niet.

Een USB-kabel die je aansluit oefent kracht uit op de connector. Een knop die je indrukt duwt tegen de printplaat. Wanneer je een behuizing oppakt of laat vallen, krijgen onderdelen een schok.

Daarom heeft een goede behuizing bevestigingspunten.

Dat kunnen bijvoorbeeld zijn:

  • schroefgaten;
  • afstandsbusjes;
  • nokjes;
  • sleuven;
  • klemconstructies;
  • geleiders.

Een printplaat hoeft daarbij niet altijd met vier schroeven vast te zitten.

Soms is een eenvoudige sleufconstructie voldoende. De printplaat schuift dan tussen twee geleiders en kan nauwelijks bewegen.

Bij andere projecten is schroeven juist handiger, bijvoorbeeld wanneer je de printplaat regelmatig wilt verwijderen.

De juiste methode hangt af van het project.

Denk aan krachten

Bij het ontwerpen van een behuizing is het nuttig om je af te vragen waar later kracht op komt te staan.

Neem opnieuw de USB-aansluiting.

Wanneer de connector bereikbaar is door een opening in de wand, steek je daar regelmatig een kabel in.

Voorspel eens wat er gebeurt wanneer de ESP32 zelf niet goed vastzit.

Waarschijnlijk beweegt de hele printplaat naar achteren.

Misschien lukt het aansluiten nog steeds. Maar na tientallen keren aansluiten kan er spanning op de USB-connector of soldeerverbinding komen.

De behuizing kan dat voorkomen door de printplaat stevig op zijn plaats te houden.

Hetzelfde geldt voor schakelaars en drukknoppen.

De krachten zijn klein, maar ze komen steeds terug.

Een goede behuizing neemt die krachten zoveel mogelijk op voordat ze bij kwetsbare elektronica terechtkomen.

Bereikbaar betekent niet hetzelfde als open

Niet ieder onderdeel hoeft bereikbaar te zijn.

Bij veel projecten hoef je de ESP32 zelf nooit aan te raken. De USB-connector moet misschien wel bereikbaar zijn.

Een resetknop mogelijk ook.

Bij een project met een SD-kaart wil je de kaart misschien kunnen verwijderen zonder de hele behuizing open te schroeven.

Dat zijn verschillende vormen van toegankelijkheid.

Je kunt grofweg drie niveaus onderscheiden.

Altijd bereikbaar

Onderdelen die je tijdens normaal gebruik regelmatig gebruikt.

Bijvoorbeeld:

  • een aan-uitknop;
  • een USB-aansluiting;
  • een draaiknop;
  • een verwisselbare batterij.

Alleen voor onderhoud bereikbaar

Onderdelen die je soms nodig hebt.

Bijvoorbeeld:

  • een resetknop;
  • programmeerpinnen;
  • een zekering;
  • een interne connector.

Niet bereikbaar tijdens normaal gebruik

Onderdelen waar je normaal niets mee hoeft te doen.

Bijvoorbeeld:

  • interne bedrading;
  • soldeerverbindingen;
  • ondersteunende elektronica.

Door hierover na te denken, voorkom je dat je overal gaten in de behuizing maakt.

Iedere opening maakt een behuizing immers ingewikkelder en vaak ook kwetsbaarder.

Een opening moet een reden hebben

Wanneer je straks in Tinkercad begint te tekenen, is het verleidelijk om openingen gewoon ongeveer op de juiste plaats te zetten.

Bij een goede behuizing heeft iedere opening echter een duidelijke functie.

Een opening kan nodig zijn voor:

  • een kabel;
  • een connector;
  • een knop;
  • ventilatie;
  • een sensor;
  • een display;
  • geluid;
  • licht.

Neem een temperatuursensor.

Een klein rond gaatje lijkt misschien voldoende om lucht binnen te laten. Maar de luchtuitwisseling kan dan erg langzaam zijn.

Meerdere ventilatiesleuven kunnen beter werken.

Maar grotere openingen laten ook gemakkelijker stof binnen.

Er bestaat dus niet altijd één juiste oplossing.

Het gaat erom dat je begrijpt waarom je een bepaalde opening maakt.

Warmte hoort bij het ontwerp

Elektronische onderdelen produceren warmte.

Bij kleine projecten is dat vaak niet veel, maar sensoren kunnen er toch last van hebben.

Een ESP32 kan bijvoorbeeld warmer worden dan de lucht eromheen.

Plaats je een temperatuursensor direct boven of naast de ESP32 in een kleine gesloten behuizing, dan meet de sensor mogelijk niet alleen de kamertemperatuur.

Hij meet ook een stukje warmte van de elektronica.

Daarmee kan een technisch correct werkende sensor toch een verkeerde waarde geven.

Dat is een belangrijk verschil.

De sensor is dan niet defect.

De plaatsing is verkeerd.

Daarom hoort bij een goede behuizing ook de vraag:

Welke onderdelen beïnvloeden elkaar?

Bij temperatuurmetingen wil je warmtebronnen en sensoren meestal zoveel mogelijk van elkaar scheiden.

Bij een lichtsensor wil je voorkomen dat een intern status-ledje rechtstreeks op de sensor schijnt.

Bij een bewegingssensor moet je kijken of de wand van de behuizing de detectie beïnvloedt.

De mechanische constructie en de elektronische werking zijn dus niet los van elkaar te zien.

Ventilatie is niet alleen voor koeling

Bij het woord ventilatie denk je misschien eerst aan het afvoeren van warmte.

Bij sensoren heeft ventilatie vaak nog een andere functie: ervoor zorgen dat de sensor contact heeft met de omgeving.

Een temperatuur- en luchtvochtigheidssensor meet de lucht rond de sensor.

Wanneer die lucht vrijwel stilstaat in een gesloten behuizing, reageert de meting langzamer op veranderingen in de ruimte.

Je kunt dit zelf eenvoudig onderzoeken.

Plaats een sensor eerst los op tafel en noteer hoe snel de temperatuur verandert wanneer je hem bijvoorbeeld naar een andere ruimte verplaatst.

Plaats dezelfde sensor daarna in een grotendeels gesloten bakje.

Vergelijk vervolgens hoe snel de waarde reageert.

Je hebt dan niet alleen gelezen dat ventilatie belangrijk kan zijn.

Je hebt het zelf waargenomen.

Dat is veel bruikbaarder.

De behuizing moet te maken zijn

Een ontwerp kan er op het scherm uitstekend uitzien en toch lastig te produceren zijn.

Bij 3D-printen heb je namelijk te maken met beperkingen.

Een zeer dun wandje kan bijvoorbeeld slecht printen.

Een horizontaal uitstekend deel kan ondersteuning nodig hebben.

Een perfect passende opening kan na het printen ineens te klein blijken.

Dat komt doordat een 3D-printer niet exact hetzelfde maakt als het ideale model op je scherm.

Daarom moet je bij het ontwerpen rekening houden met de manier waarop het onderdeel straks wordt gemaakt.

Voor deze gids gaan we voornamelijk uit van 3D-printen.

Dat betekent dat we regelmatig zullen kijken naar zaken als:

  • wanddikte;
  • speling;
  • overstekken;
  • printrichting;
  • schroefgaten;
  • passing tussen onderdelen.

Je hoeft die begrippen nu nog niet allemaal te beheersen. We bouwen dat stap voor stap op.

Het belangrijkste is dat je vanaf het begin beseft dat een ontwerp niet alleen op het scherm moet kloppen.

Het moet ook daadwerkelijk gemaakt kunnen worden.

Precies passend is vaak te precies

Stel dat je met een schuifmaat meet dat een printplaat precies 25,0 millimeter breed is.

Je tekent vervolgens een uitsparing van precies 25,0 millimeter.

Past de printplaat daar straks in?

Waarschijnlijk niet.

Een 3D-printer werkt met kleine afwijkingen. Ook het onderdeel zelf kan iets afwijken.

Daarom gebruiken we speling.

Speling is de extra ruimte tussen twee onderdelen zodat ze daadwerkelijk in of langs elkaar kunnen bewegen.

Bijvoorbeeld:

printplaat:

25,0 mm

binnenruimte:

25,4 mm

De 0,4 millimeter extra ruimte is dan de speling.

Hoeveel speling nodig is, hangt af van je printer, materiaal, ontwerp en gewenste passing.

Daarom is het verstandig om niet meteen één getal als absolute waarheid te gebruiken.

Test liever.

Maak bijvoorbeeld een klein proefstukje met drie sleuven:

  • 25,2 mm;
  • 25,4 mm;
  • 25,6 mm.

Print het en kijk welke passing het beste werkt.

Zo leer je meteen iets over je eigen printer.

Een goede behuizing kun je onderhouden

Een project dat vandaag werkt, hoeft niet jarenlang gesloten te blijven.

Misschien wil je later een sensor vervangen.

Of andere firmware laden.

Of een kabel controleren.

Of een losse verbinding herstellen.

Wanneer je de behuizing alleen kunt openen door gelijmde delen uit elkaar te breken, wordt een eenvoudige reparatie ineens lastig.

Daarom is onderhoudbaarheid een belangrijk onderdeel van een goed ontwerp.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • een geschroefd deksel;
  • een klikdeksel dat meerdere keren open kan;
  • een bodemplaat die kan worden verwijderd;
  • bereikbare bevestigingsschroeven;
  • kabels die niet klem komen te zitten bij het openen.

Je hoeft een behuizing niet ingewikkeld te maken.

Soms zijn vier schroeven juist de eenvoudigste en betrouwbaarste oplossing.

Maak het niet ingewikkelder dan nodig

Wanneer je ontdekt wat er allemaal mogelijk is met 3D-ontwerpen, kun je gemakkelijk te veel willen toevoegen.

Schuifmechanismen.

Klikverbindingen.

Verborgen schroeven.

Scharnieren.

Kabelgeleiders.

Ventilatieroosters.

Logo's.

Afgeronde vormen.

Op zichzelf kan dat allemaal nuttig zijn.

Maar iedere extra functie maakt het ontwerp moeilijker.

Vooral bij je eerste behuizingen is eenvoud waardevol.

Een rechthoekig kastje met een losgeschroefd deksel is misschien minder spectaculair dan een ingewikkelde klikconstructie, maar je leert er wel de basis mee.

En wanneer iets niet past, kun je gemakkelijker zien waar de fout zit.

Dat past bij de manier waarop we in De Werkplaats projecten bouwen:

verander steeds één onderdeel tegelijk.

Vorm volgt gebruik

Een behuizing hoeft niet mooi te zijn om goed te functioneren.

Maar vormgeving en bruikbaarheid hoeven elkaar ook niet tegen te werken.

Een afgeronde hoek kan bijvoorbeeld prettig aanvoelen en tegelijkertijd voorkomen dat een scherpe punt gemakkelijk beschadigt.

Een iets schuin geplaatst display kan beter leesbaar zijn wanneer het apparaat op een bureau staat.

Een verzonken knop kan voorkomen dat je hem per ongeluk indrukt.

Goede vormgeving ontstaat daarom vaak uit gebruik.

Vraag niet alleen:

Hoe wil ik dat het eruitziet?

Vraag vooral:

Hoe wordt dit straks gebruikt?

Staat het apparaat op tafel?

Hangt het aan de muur?

Zit er regelmatig een kabel aan?

Moet je het display van bovenaf kunnen lezen?

Wordt het buiten gebruikt?

Die antwoorden bepalen uiteindelijk de vorm.

Een eenvoudige controlelijst

Voordat je aan een behuizing begint, kun je vijf vragen stellen.

1. Wat moet het project kunnen doen?

Welke sensoren, knoppen, displays en aansluitingen moeten functioneren?

2. Wat moet beschermd worden?

Denk aan elektronica, bedrading en kwetsbare onderdelen.

3. Wat moet bereikbaar blijven?

Bijvoorbeeld USB, knoppen, geheugenkaarten of bevestigingsschroeven.

4. Wat moet naar binnen of naar buiten kunnen?

Lucht, licht, geluid, warmte, kabels of radiosignalen.

5. Hoe wil ik het later openen en repareren?

Wanneer je op die vijf vragen antwoord kunt geven, weet je al verrassend veel over de behuizing.

Nog voordat je één vorm in Tinkercad hebt geplaatst.

Goed ontwerpen betekent ook fouten verwachten

Je eerste behuizing zal waarschijnlijk niet meteen perfect zijn.

Een gat zit misschien twee millimeter te hoog.

Een printplaat blijkt net niet te passen.

Een wand is te dun.

Een schroefgat is te klein.

Een connector blijkt moeilijk bereikbaar.

Dat is geen mislukt ontwerp.

Dat is informatie.

Een geprint prototype laat je dingen zien die je op het scherm gemakkelijk mist.

Bekijk daarom na iedere testversie rustig wat er gebeurt.

Voorspel vooraf wat je verwacht.

Print of test vervolgens het onderdeel.

Observeer wat werkelijk gebeurt.

Verander daarna één ding.

Op die manier wordt iedere versie beter dan de vorige.

En belangrijker: je leert waarom.

Wanneer is een behuizing goed?

Een goede behuizing is dus niet per se de kleinste, mooiste of ingewikkeldste behuizing.

Ze is goed wanneer ze haar functie betrouwbaar vervult.

De elektronica zit stevig.

Sensoren kunnen goed meten.

Aansluitingen zijn bereikbaar waar dat nodig is.

Onderdelen zijn beschermd.

De behuizing kan worden gemaakt.

En je kunt het project later nog onderhouden.

Als de vorm er daarna ook nog netjes uitziet, is dat mooi meegenomen.

Maar het begint bij functie.

Wat je uit dit hoofdstuk kunt meenemen

Een behuizing is veel meer dan een doos om elektronica heen.

Ze heeft invloed op bescherming, bevestiging, bereikbaarheid, warmte, ventilatie, metingen en onderhoud.

Begin daarom niet bij de vorm, maar bij het gebruik van het project.

Vraag jezelf af wat beschermd moet worden, wat bereikbaar moet blijven en welke onderdelen contact met de buitenwereld nodig hebben.

Houd er ook rekening mee dat een 3D-geprint onderdeel nooit volledig ideaal en maatvast is. Speling en proefstukken horen daarom gewoon bij het ontwerpproces.

En wanneer een eerste versie niet past, heb je geen mislukte behuizing gemaakt. Je hebt een prototype gemaakt dat je precies vertelt wat je moet aanpassen.

In het volgende hoofdstuk gaan we die ideeën concreet maken. We vertalen een elektronica-project stap voor stap naar maten, functies en eisen. Dat wordt het vertrekpunt voordat we in Tinkercad daadwerkelijk beginnen te tekenen.