Hoofdstuk 3 van 14

Wat je nodig hebt om te beginnen

Bekijk welke onderdelen, software en basiskennis je nodig hebt voor een ESP32-project met ESPHome en hoe je veilig begint.

Een grote doos elektronica is geen voorwaarde om te beginnen. In De Werkplaats zou ik liever met een paar onderdelen starten waarvan we begrijpen waarom ze nodig zijn.

De basisuitrusting

Voor deze gids gebruiken we een ESP32-ontwikkelbord met ESP32-WROOM-32-module. Daarnaast heb je een USB-datakabel, een computer, een breadboard, enkele jumperdraden, een losse led, een weerstand van 330 ohm en een drukknop nodig. Voor het sensorproject voegen we een echte BME280-sensormodule toe. Een multimeter is niet verplicht maar wel bijzonder nuttig.

Gebruik bij voorkeur een led en een weerstand die je ook in de Arduino-gids hebt gebruikt. Zo kun je de bestaande schakeling vergelijken met de ESPHome-aanpak.

Een USB-kabel verdient extra aandacht. Sommige kabels leveren alleen voeding. Dan kan het voedingslampje van de ESP32 branden, terwijl de computer het apparaat toch niet kan programmeren. Een brandend lampje bewijst dus nog niet dat de gegevensverbinding werkt.

De computer en de software

Je kunt de ESPHome Device Builder in Home Assistant gebruiken of een officiële desktopversie installeren op Windows, macOS of Linux. Deze gids volgt vooral de Home Assistant-route. Wanneer je nog geen Home Assistant hebt, kun je dezelfde hardwareoefeningen met de desktopapp uitvoeren. De Home Assistant-koppeling kun je later toevoegen.

Voor de wifi-koppeling heb je een lokaal netwerk nodig. De klassieke ESP32-WROOM-32 gebruikt wifi op 2,4 GHz. Een uitsluitend 5GHz-netwerk is niet voldoende. Zorg dat je de netwerknaam en het wachtwoord weet.

De grenzen van een ESP32

De GPIO-aansluitingen van onze ESP32 gebruiken 3,3-voltlogica. Sluit daar nooit rechtstreeks een 5-voltsignaal op aan. Een GPIO is bovendien een signaalaansluiting, geen voeding voor een motor of andere zware belasting.

We gebruiken later GPIO23 voor een led, GPIO18 voor een drukknop en GPIO21/22 voor een I²C-sensor. Dit zijn praktische keuzes voor het genoemde klassieke ESP32-bord; controleer altijd het opschrift en de pinout van jouw eigen uitvoering.

Bij het testen blijven we bij veilige laagspanningsschakelingen. We sturen in deze beginnersgids geen apparaat op 230 volt aan. Een relaiskaart die je via GPIO kunt schakelen, maakt netspanning nog niet veilig om zelf te bedraden.

Eerst controleren, dan aansluiten

Leg de onderdelen voor je neer en kijk of de pinnamen goed leesbaar zijn. Zoek op de ESP32 naar 3V3, GND, 23, 18, 21 en 22. Zoek op de BME280 naar de afzonderlijke aansluitnamen. Niet iedere sensormodule heeft dezelfde pinvolgorde.

Voordat je een schakeling verandert, koppel je de voeding los. Daarna bekijk je de verbindingen van begin tot eind. Vooral op een breadboard kan een draad één gaatje verkeerd zitten terwijl het er op het eerste gezicht goed uitziet.

Wat je uit dit hoofdstuk kunt meenemen

Je hebt geen uitgebreide werkplaats nodig. Je hebt vooral een geschikt bord, een betrouwbare USB-datakabel en een paar bewust gekozen onderdelen nodig. De 3,3-voltgrens en het controleren van de pinnen blijven bij ieder project belangrijk. In het volgende hoofdstuk maken we de eerste verbinding tussen software en ESP32.